X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs

Arbobalans 2010

Betreft: Document met stand van zaken en de ontwikkelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden
Kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland
In opdracht van: Ministerie van SZW
Uitgevoerd door: TNO Kwaliteit van leven
Datum rapport: juni 2011

De Arbobalans omvat een overzicht van de stand van zaken en de ontwikkeling van de arbeidsomstandigheden in Nederland. De Arbobalans is een belangrijke, jaarlijks terugkerende informatiebron op het gebied van arbeid en gezondheid voor arbodeskundigen, leden van ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen, personeelsfunctionarissen, werkgevers en werknemers.

De Arbobalans 2010 is samengesteld op basis van bronnen van onderzoek en monitoring (zoals de NEA en WEA 2009). Aan de orde komen de kwaliteit van de arbeid en de effecten en maatregelen die daarbij horen. Dit jaar wordt dieper ingaan op een aantal actuele thema’s m.b.t nieuwe werkvormen, zoals tijd- en plaatsonafhankelijk werken, duurzame inzetbaarheid, arbozorg en leefstijl.

Samenvatting voor onderwijs

1. Onder welke omstandigheden wordt gewerkt?

Contractvorm

De meeste werknemers in Nederland hebben een vaste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.Dat is ook zo in het (voortgezet) onderwijs. Deeltijdwerk is nog steeds in opkomst. Iets minder dan de helft van de Nederlandse werknemers heeft een parttime dienstverband van minder dan 33 uur per week. In 1983 was dat nog maar 6% (Eurostat Labour Force Survey, 2009). Vrouwen werken veel vaker in deeltijd (73%) dan mannen (19%) en jongeren onder de 25 jaar veel vaker (66%) dan werknemers van 25 jaar en ouder (41%). Dit is ook terug te zien in het aandeel van parttimewerk in de verschillende sectoren. Vooral in sectoren waar veel vrouwen werken, zoals het onderwijs, is het percentage parttimers hoog. Daarbij zitten wel duidelijke verschillen in de omvang van de contracten. In de gezondheidszorg en het onderwijs zijn deeltijdbanen gewoonlijk groot (van 21 tot en met 32 uur per week).

Overwerk

Overuren zijn alle uren die bovenop de contracturen komen. Werknemers krijgen gemiddeld maar de helft van het overwerk geheel of gedeeltelijk uitbetaald. Daarbij zijn er wel grote verschillen tussen sectoren. Zo is in het onderwijs 90% van het overwerk volledig onbetaald. Vooral leidinggevenden melden veel onbetaald overwerk.

Fysieke arbeidsomstandigheden

Blootstelling aan fysiek belastende arbeidsomstandigheden kan tot allerhande klachten leiden. Er is in de afgelopen decennia dan ook veel gebeurd om deze te beperken. Psychosociale belasting komt het meest voor in dienstverlenende sectoren als het onderwijs en de gezondheidszorg.

Emotionele belasting

Een stabiele 10% van de werknemers ervaart een hoge emotionele belasting. Gemiddeld omvat het werk voor 8% van de werknemers emotioneel moeilijke situaties, is voor 12% van de werknemers het werk emotioneel veeleisend en raakt 13% van de werknemers emotioneel betrokken bij het werk. Vooral voor werknemers in het onderwijs, de gezondheids- en welzijnszorg en het openbaar bestuur (politie, brandweer) is het werk emotioneel belastend.

Sociale belasting

Leidinggevenden en collega’s kunnen een belangrijke bron van sociale steun zijn op het werk. Het werk met klanten, patiënten, leerlingen of passagiers kan uitdaging en voldoening bieden. Maar die menselijke relaties kunnen een werknemer ook sociaal belasten. Conflicten op het werk komen regelmatig voor. Vooral in de gezondheidszorg, de horeca, het openbaar bestuur en het onderwijs is er sprake van veel ongewenst gedrag. Het gaat daarbij vaak om ongewenst gedrag van externen (zoals klanten, patiënten, cliënten, leerlingen of passagiers).

2. Is de Nederlandse werknemer gezond?

Beroepsziekten

15% van het totale aantal beroepsziektemeldingen in 2009 zijn meldingen van werkgebonden psychische aandoeningen. In een meerderheid van de gevallen (78%) zijn deze meldingen te classificeren als overspannenheid/burn-out. In de sectoren openbaar bestuur, onderwijs en informatie en communicatie komen de meeste nieuw gemelde werkgebonden psychische aandoeningen voor.

Werken tot en na het 65e levensjaar

De bereidheid om door te werken tot 65 jaar is bij vrouwen en oudere werknemers wat minder vaak aanwezig dan bij mannen en jongeren. Voor het in staat zijn om door te kunnen werken geldt het omgekeerde. De bereidheid om tot 65 jaar door te werken is het laagst bij werknemers in de bouwnijverheid, de sector met de hoogste fysieke belasting. Werknemers in de landbouw en visserij, de zakelijke dienstverlening en het onderwijs zijn het meest bereid om tot 65 jaar door te werken.

3. Arbomaatregelen volgens de werknemers

Zichtbaar is dat de aard van de gewenste maatregelen samenhangt met de werkzaamheden die in een sector worden uitgevoerd. In sectoren waar de werkdruk hoog is, zoals bijvoorbeeld het communicatie, de gezondheidszorg, het onderwijs de industrie en de bouwnijverheid vinden werknemers ook maatregelen tegen deze arbeidsrisico’s vaker dan gemiddeld nodig.

Bijna 20% van de werknemers geeft aan dat in de komende tijd aanpassingen in het werk of van de werkplek nodig zijn. Hier gaat het vaak om hulpmiddelen of ander meubilair (8%) en aanpassingen van de hoeveelheid werk (6%). Vooral in het onderwijs, de sector vervoer en communicatie en de industrie zijn volgens de werknemers aanpassingen in verband met hun gezondheid nodig.

4. Nieuwe werkvormen: Tijd- en plaatsonafhankelijk werken

De 21e eeuw wordt ‘de eeuw van het nieuwe werken’. De medewerker staat centraal en heeft de vrijheid om te bepalen hoe hij werkt, waar hij werkt, wanneer hij werkt en met wie hij werkt. In 2009 was bijna 18% van Nederlandse werknemers een tele-/thuiswerker. Het nieuwe werken is niet in alle sectoren en voor alle beroepen in dezelfde mate mogelijk. Tijdsonafhankelijk werken wordt vooral gevonden in de zakelijke dienstverlening en overheid. Plaatsonafhankelijk werken komt vooral voor in het onderwijs en de financiële en zakelijke dienstverlening. Dit komt waarschijnlijk doordat in het onderwijs ook veel werk niet voor de klas gebeurt, zoals lesvoorbereidingen en nakijken.

De sectoren met de minste flexibiliteit in werktijden zijn de bouwnijverheid en het onderwijs. In het onderwijs past 20% van de scholen regelingen toe om werktijden te flexibiliseren en bij bijna 33% van de organisaties is er ruimte voor individueel maatwerk als het gaat om werktijden.

5. Welke arbozorg regelen werkgevers voor hun bedrijf?

Vooral in organisaties in het openbaar bestuur is een getoetste RI&E aanwezig. Ook in het onderwijs, de industrie en de bouwnijverheid is er relatief vaak een getoetste RI&E aanwezig. In de horeca, zakelijke dienstverlening en de gezondheids- en welzijnszorg is relatief vaak geen getoetste RI&E aanwezig.

6. Leefstijl

Een aanzienlijk deel van de Nederlandse werknemers heeft op een of meer punten een ongezonde leefstijl. Daarbij zijn risicogroepen aan te wijzen. Vooral mannen en laagopgeleide werknemers hebben vaak een ongezonde leefstijl. Ook in bepaalde sectoren komt een ongezonde leefstijl meer voor: in de sectoren vervoer en communicatie, de bouw en de industrie komen meer dan gemiddeld problemen voor met vrijwel alle leefstijlindicatoren. De werknemers in de gezondheidszorg en het onderwijs hebben over het algemeen een gezondere leefstijl waarschijnlijk omdat daar meer vrouwen en meer hoger opgeleiden werkzaam zijn.

U kunt het volledige onderzoeksrapport downloaden via de downloads (rechtsboven).