X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
Arbo-VO image

Gelukkig voor de klas?

Betreft: onderzoek naar hoe leraren in voortgezet onderwijs in hun werk staan
Uitgevoerd door: Sociaal en Cultureel Planbureau
Datum rapport: juli 2009

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft een representatieve enquête gehouden onder docenten in het voortgezet onderwijs. Ruim 2700 docenten hebben achtergrondinformatie verstrekt en hun mening gegeven over hoe zij in hun werk staan en hoe zij tegen de omgeving waarin zij werken aankijken. De docenten gaan in op de motivatie voor hun beroepskeuze, de invulling die zij aan het docentschap geven en op het werkplezier en/of de frustraties die zij ervaren. Ook de samenwerking met collega’s en de verhouding met de schoolleiding komen aan bod.

Conclusies:

Leraren blijken redelijk tevreden met hun werk, al is er ook kritiek. De gegevens maken verder duidelijk dat de samenstelling van de beroepsgroep aan het veranderen is. De oudere generatie leraren maakt plaats voor een jongere generatie die anders is opgeleid, daarmee een andere bagage en andere ideeën meenemen naar de school.

Tevredenheid en plezier in het werk
Driekwart van de leraren (76%) is trots op hun beroep en (73%) vindt de voordelen van het leraarschap groter dan de nadelen. Iets meer dan de helft (56%) zou weer leraar worden, maar een minderheid (20%) zou het zoon of dochter zeker aanbevelen. De omgang met leerlingen noemt driekwart (77%) van de docenten als aantrekkelijk aspect van het werk; meer dan de helft (53%) noemt (ook) de overdracht van vakkennis aan leerlingen. Leraren zijn redelijk tevreden over hun beroep. Op een schaal van 1 t/m 5 scoren zij gemiddeld een 3,6. Er bestaat echter ook onvrede onder leraren over de werkdruk, de grote klassen en het functiewaarderingssysteem.

Verschuiving in beroepsopvattingen
Van de 55-plussers heeft 40% een (overwegend) vakinhoudelijke opleidingsachtergrond, namelijk via universitaire opleidingen (een kwart) en via middelbaar onderwijs aktes (mo). Van de leraren jonger dan 35 jaar heeft 19% een universitaire opleiding (bij deze categorie geen mo meer). Dit betekent dat oudere leraren met een overwegend vakinhoudelijk gerichte opleiding geleidelijk vooral worden vervangen door jongere leraren met een hbo-opleiding met meer pedagogische, didactische en beroepsgerichte vaardigheden maar met minder accent op vakkennis.

Samenwerking tussen leraren
Samenwerken met collega's geldt als een van de bekwaamheidseisen voor het leraarschap. Voor een meerderheid van de leraren (55%) bestaat collegiale samenwerking uit het uitwisselen van ideeën en methoden, voor een kwart (26%) gaat het om het bieden van hulp als erom wordt gevraagd; 14% van de leraren werkt intensief samen waarbij men elkaar regelmatig om feedback vraagt en elkaars functioneren bespreekt. Intensieve samenwerking komt vaker voor in het praktijkonderwijs en vmbo (waar teamwork en vakintegratie gebruikelijker zijn) dan in het havo en vwo (waar leraren een meer autonome positie innemen). Eén op de twintig leraren geeft aan dat het op de eigen school 'ieder voor zich is'.

Leraren redelijk kritisch over schoolleiding
Het oordeel over de direct leidinggevende is redelijk positief (6,7), bijna een op de vijf geeft hem/haar een onvoldoende. De schoolleiding krijgt van de leraren een voldoende (6,0 als rapportcijfer), maar bijna een op de drie geeft de leiding een onvoldoende. Vooral leidinggeven en inspireren in onderwijskundig opzicht wordt als matig (52%) of slecht (28%) beoordeeld. Een ander punt van kritiek betreft het gebrek aan open discussie en het niet serieus nemen van de opvattingen van leraren.

Leraren positief over kwaliteit van onderwijs
De kwaliteit van het onderwijs op de eigen school wordt door leraren ruim voldoende bevonden (rapportcijfer 7,0), slechts 6% geeft een onvoldoende. Over de kwaliteit van het voortgezet onderwijs in Nederland is men iets minder positief (6,4).

Naderende pensioengolf
Het voortgezet onderwijs is een sterk vergrijzende sector. Bijna een kwart (23%) van de leraren is 55 jaar en ouder en zal de komende tien jaar het onderwijs verlaten. Deze groep bestaat voor bijna driekwart (72%) uit overwegend in voltijd werkende mannen. De groep jonge docenten tot 35 jaar bestaat voor bijna 60% uit vrouwen. Tweederde van deze vrouwen werkt in deeltijd, zodat voor de vervanging van de vertrekkende leraren naar verhouding meer docenten nodig zullen zijn.

U kunt het volledige onderzoeksrapport downloaden via 'Downloads' op deze pagina.