Personele effecten onderwijstijd
Betreft: Onderzoek naar hoe scholen aan de urennorm voldoen en wat de gevolgen van de urennorm zijn voor het personeel
Uitgevoerd door: Regioplan
In opdracht van: CAO-tafel VO
Datum rapport: juni 2008
De aangepaste urennorm die per 1 augustus 2006 is geïntroduceerd en waar sindsdien strenger op wordt toegezien, hebben tot veel aanpassingen in de lesroosters geleid. In opdracht van de CAO-partners heeft Regioplan onderzoek uitgevoerd naar de personele effecten van onderwijstijd. Onderstaand vermelden we de belangrijkste conclusies uit het rapport.
Maatregelen
Vrijwel alle VO-scholen hebben sinds het schooljaar 2005/2006 maatregelen getroffen om (beter) aan de urennorm te kunnen voldoen. Er zijn grote verschillen tussen de onderwijstypen in de mate waarin de scholen in het afgelopen schooljaar de urennorm voor het grootste deel van de leerjaren kunnen plannen en realiseren. Vmbo-scholen slagen hier het meest in. De meest genoemde maatregelen zijn het inkorten van de lesvrije periode bij het begin en het einde van het schooljaar, het verminderen van proefwerkweken en het verplaatsen van vergaderingen buiten lestijd.
Gevolgen
De belangrijkste gevolgen voor leraren van deze maatregelen zijn toename van de werkdruk, minder overlegmomenten met collega’s en minder tijd voor scholing en ontwikkeling. Deze mening wordt door directies en personeelsgeleden van de MR gedeeld.
Oudergeledingen zijn niet of nauwelijks op de hoogte van het onderwijstijdbeleid van de school. Zij hebben voornamelijk zicht op de gevolgen voor leerlingen. Dit zijn vooral de langere lesdagen en lesroosters met gaten.
Casestudies
Er zijn casestudies gemaakt van 10 scholen die relatief veel uren hebben ingeroosterd en waarbij de maatregelen niet als al te personeelsonvriendelijk werden ervaren. Deze groep van 10 scholen is dus niet representatief voor het hele scholenveld.
Uit de casestudies komt een aantal factoren naar voren die bepalen in hoeverre het personeel gevolgen ondervindt van de maatregelen. Deze factoren zijn:
- ruimere bekostiging, bijvoorbeeld vanwege leerplusarrangementen of een groot aandeel vmbo-leerlingen,
- een niet-traditionele onderwijsvorm;
- het minder strikt naleven van de urennorm;
- goed contact en vertrouwen tussen directie en personeel;
- een relatief jong personeelsbestand
Voor deze scholen is het makkelijker om personeelsvriendelijke maatregelen te treffen of maatregelen die minder weerstand bij de leraren ondervinden.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs