Veiligheidsmonitor Voortgezet (Speciaal) Onderwijs 2008
Betreft: onderzoeksresultaten verkregen met de sociale veiligheidsmonitor in het V(S)O
In opdracht van: Ministerie van OCW
Uitgevoerd door: ITS
Datum rapport: december 2008
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een landelijke veiligheidsmonitor in het voortgezet (speciaal) onderwijs laten ontwikkelen en uitvoeren. Het gaat erom de veiligheid op en rond Nederlandse scholen regelmatig in kaart te brengen. Belangrijk zijn
- de gevoelens van (on)veiligheid bij leerlingen en personeel (OP en OOP);
- de varianten van en maten waarin geweld feitelijk wordt ervaren door slachtoffers, daders en getuigen;
- het veiligheidsbeleid en de effectiviteit daarvan volgens leerlingen, personeel en leiding.
Belangrijkste onderzoeksresultaten Veiligheidsmonitor 2008:
Aan de veiligheidsmonitor is deelgenomen door 219 locaties, 78.840 leerlingen, 6.230 personeelsleden en 606 leidinggevenden.
Gevoelens van (on)veiligheid
Verreweg de meeste leerlingen en docenten voelen zich in en rond school veilig (tenminste 92 %). In de schoolomgeving is dit percentage iets lager, en thuis is dit hoger (tenminste 97 %). Er zijn geen verschillen tussen 2008 en 2006.
Geweldsincidenten en mate van ervaren geweld
In 2008 stelt 10 % van de leidinggevenden te maken hebben gehad met geweldsincidenten tussen verschillende groepen leerlingen en incidenten tegen leerlingen vanwege homoseksualiteit. 21 % stelt problemen te ervaren vanwege loverboys. Geringere problemen zijn extremisme, religieus extremisme, en andere vormen van extremisme of radicalisering.
37 % van de docenten zijn in 2008 ten minste een maal slachtoffer van verbaal geweld geweest. 16 % zijn slachtoffer van sociaal geweld en duidelijk lagere percentages zijn slachtoffer van materieel, licht lichamelijk, seksueel en grof lichamelijk geweld. 1 % of minder was dader van deze geweldsvarianten. De percentages docenten die getuige waren van geweld variëren van 79% (verbaal) tot en met 40% (grof lichamelijk).
Leerlingen die aangeven in 2008 ten minste een maal slachtoffer te zijn (geweest) van een vorm van geweld, zijn als volgt verdeeld: verbaal (22 %), licht lichamelijk (18 %), sociaal (16 %), materieel (10 %), grof lichamelijk (5 %) en seksueel geweld (4 %). Dader is circa 10 % van de leerlingen (verbaal en licht lichamelijk); 6 % wat betreft sociaal en materieel geweld; en circa 2% ten aanzien van grof lichamelijk en seksueel geweld. Leerlingen zijn in 2008 ten minste een maal getuige van verbaal (39 %), licht lichamelijk (34 %), sociaal (27 %), materieel (23 %), grof lichamelijk (11 %) en seksueel geweld (5 %). In 2008 worden hier ten opzichte van 2006 geen verschillen in percentages waargenomen.
Vergroting van sociale veiligheid in en rond school
Ruim een kwart van de docenten is van mening dat de sociale veiligheid in en rond school dient te worden vergroot; 34% vindt dit nodig in de schoolomgeving. Bij de leerlingen zijn deze percentages respectievelijk 13 % en 23 %.
Binnenschoolse regels wat betreft sociaal gedrag
Volgens de leidinggevenden worden veelal schoolinterne personen betrokken bij het opstellen van gedragsregels; externe personen worden duidelijk minder betrokken. Aandacht voor gedragsregels en juiste omgang met incidenten gebeurt in de helft van de gevallen. Expliciet veiligheidsbeleid en incidentenregistratie zijn aanwezig in meer dan 60% van de locaties. In 2008 is er in vergelijking met 2006 iets meer aandacht voor regels en de omgang met incidenten. Ook aan expliciet sociaal veiligheidsbeleid en incidentenregistratie wordt in 2008 meer aandacht besteed dan in 2006. Informatie van docenten geeft aan dat regels het vaakst te lezen zijn in de schoolgids, op internet, of worden uitgereikt op ouderavonden. In 2008 is er ten opzichte van 2006 een kleine toename van het percentage docenten dat aangeeft dat de gedragsregels te vinden zijn op internet. De regels worden veelal opgesteld binnen de school.
Samenwerking met externe instituten
Leidinggevenden rapporteren dat er, in geval van incidenten, procedures zijn voor de samenwerking met externe instellingen. In 2008 wordt iets meer dan in 2006 samengewerkt met externe instituten voor het melden van incidenten. Volgens de docenten worden de gedragsregels in ongeveer de helft van de gevallen mede opgesteld via nbreng van externe instanties.
Schoolmaatregelen tegen ongewenst sociaal gedrag
Leidinggevenden rapporteren in 2008 kleine, ten opzichte van 2006 als positief te Waarderen, toename van aandacht in alle groepen / klassen voor agressie en geweld via projecten of themalessen; inzet van getrainde leerlingen als vertrouwenspersoon of ‘mediator’ voor andere leerlingen; en scholing van personeel op het terrein van de sociale veiligheid. Informatie over preventief beleid ten aanzien van het respectvol met elkaar omgaan laat het volgende zien: Het hoogst scoort preventief beleid ten aanzien van gewenst sociaal gedrag. Dit wordt gevolgd door beleid ter vergroting van respect voor persoonlijke kenmerken (bijv. uiterlijk, huidskleur, geloof, homoseksualiteit), het belonen van gewenst gedrag, en hoge of lage schoolprestaties.
Lees meer over de interpretatie van de onderzoeksresultaten en de aanbevelingen in de brochure van ITS: ‘Ontwikkeling van sociale veiligheid in het Voortgezet (Speciaal) Onderwijs 2006-2008. U kunt deze brochure downloaden via “downloads” rechtsboven.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs