X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
Arbo-VO image

Werken in het onderwijs 2011

Betreft: Rapportage over de voortgang van de afspraken uit het convenant LeerKracht van Nederland en de meest recente ontwikkelingen in de onderwijsarbeidsmarkt
Uitgave: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Datum rapport: september 2010

Naast een rapportage over de voortgang van de afspraken uit het convenant LeerKracht van Nederland bevat de Nota Werken in het onderwijs 2011 een beschrijving van enkele ontwikkelingen in de onderwijsarbeidsmarkt. Meer specifiek gaat het om ontwikkelingen in de arbeidsmarkt, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, de school als professionele arbeidsorganisatie en de lerarenopleidingen.
In dit artikel geven we een samenvatting van de ontwikkelingen van de professionele arbeidsorganisatie (met name van scholen in het voortgezet onderwijs).

Samenvatting ‘school als professionele arbeidsorganisatie’

Opbrengstgerichte aanpak helpt onderwijs te verbeteren
Door opbrengstgericht te werken kunnen scholen zorgen voor een optimale onderwijsopbrengst bij leerlingen. Onder onderwijsopbrengsten worden uiteraard de cognitieve prestaties van leerlingen verstaan, maar ook hun sociale competenties en het vermogen van een school om leerlingenvast te houden en zonder vertraging of schooluitval door de schoolloopbaan te leiden. De maatschappelijke aandacht voor onderwijsopbrengsten is de afgelopen jaren sterk toegenomen.Opbrengstgericht werken is een onderwerp dat vooral in het basisonderwijs (en inmiddels ook in het voortgezet onderwijs) steeds vaker op de agenda staat.

Opbrengstgerichtheid vergt een bepaalde werkcultuur binnen de school. Daarin is de rol van de leraar cruciaal: hij bepaalt de manier waarop leerresultaten tot verbetering leiden in de klas.Opbrengstgericht werken kan stimuleren tot een cultuur van zelfreflectie in de school. Leraren raken hierdoor gemotiveerd om zelf leervragen te stellen. Opbrengstgericht werken krijgt op die manier een plaats in de deskundigheidsbevordering: de gegevens brengen ontwikkelpunten van leraren, teams en scholen in kaart. Hiermee kan een school zijn opleidingsbeleid versterken. Ook kan met behulp van de inzichten uit opbrengstgegevens gerichter worden gewerkt aan het ‘leren van elkaar’ door onder meer het bij elkaar in de klas kijken. Allemaal om de leeropbrengsten te vergroten.

Functioneringsgesprekken
Onderwijswerknemers hebben regelmatig een functioneringsgesprek of beoordelingsgesprek (‘formeel gesprek’) met hun leidinggevende. Uit onderzoek van het ministerie van BZK in 2010 blijkt dat in het jaar voorafgaand aan het onderzoek ervoor 70 procent van de medewerkers in het voortgezet onderwijs zo’n formeel gesprek had gehad. Dit komt overeen met de marktsector. In het onderwijs hebben medewerkers wel regelmatig, maar niet vaak per jaar een formeel gesprek: er blijkt dus minder vaak dan in andere sectoren sprake te zijn van een beoordelingscyclus waarin jaarlijks én een afsprakengesprek én een resultatengesprek wordt gevoerd.

Professionele ontwikkeling
In de onderwijssector hechten zowel werkgevers als werknemers veel waarde aan professionele ontwikkeling. Werkgevers in de onderwijssectoren geven in hun personeelsbeleid veel vaker een (zeer) hoge prioriteit aan ‘loopbaanontwikkeling en mobiliteit’ en aan ‘opleidingen en scholing’ dan andere werkgevers. In 2009 heeft 59 procent van het onderwijzend personeel in het voortgezet onderwijs een opleiding of training gevolgd.

Arbeidstevredenheid flink gestegen
De algemene arbeidstevredenheid van medewerkers in de onderwijssectoren is hoog en is (aanzienlijk) toegenomen in de periode 2007-2009. 79% van het onderwijspersoneel is (zeer) tevreden, t.o.v. 71% in 2007.In alle vijf onderwijssectoren is deze arbeidstevredenheid nu hoger dan het gemiddelde van de marktsector. Ook de tevredenheid met de organisatie is in het voortgezet onderwijs toegenomen (56% in 2009, 50% in 2007).

Onderwijs: gevarieerd, hectisch, creatief en interessant
Uit onderzoek van het ministerie van SZW blijkt dat werknemers in het onderwijs hun werk zowel gevarieerder als hectischer vinden dan werknemers in alle andere arbeidsmarktsectoren. Bovendien geven onderwijswerknemers in grotere mate dan in alle andere arbeidsmarktsectoren aan dat hun baan creativiteit vereist. ‘Interessant werk’ noemen onderwijsmedewerkers vaker dan in alle andere arbeidsmarktsectoren als keuzemotief voor de huidige baan. Ook de ‘Mogelijkheden om in deeltijd te werken’ spelen voor het onderwijspersoneel een belangrijk rol bij de baankeuze.

Het volledige rapport “Nota Werken in het onderwijs 2011” kunt u downloaden via de rechterzijde.

Lees meer over het thema:

Van werkdruk naar werkplezier