X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs

Wet en regelgeving

Iedereen heeft recht op veilig en gezond werk. De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht werkgevers en werknemers (!) te zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.
Wat u zich moet voorstellen bij ‘veilige en gezonde arbeidsomstandigheden’ vindt u in:
1. Arbowet
2. Arbobesluit
3. Arboregeling
4. Arbobeleidsregels
Hieronder leest u hoe deze vier onderdelen met elkaar samenhangen.

Arbowet

De Arbowet is een zogenaamde raamwet of kaderwet. Hierin staan de algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures. De Arbowet geeft aan wat u moet regelen, niet hoe u dat moet doen. Bijvoorbeeld:
“De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale arbeidsbelasting”. Artikel 3, lid 2.)

Arbobesluit

In het Arbobesluit vindt u nadere bepalingen ten aanzien van de Arbowetverplichtingen. Bijvoorbeeld:
“Artikel 2.15 Maatregelen ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting …
2. Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar bestaat voor blootstelling aan psychosociale belasting wordt voorlichting en onderricht gegeven over de risico’s voor psychosociale arbeidsbelasting alsmede over de maatregelen die er op zijn gericht die belasting te voorkomen of te beperken.”
of
“Artikel 6.2. Luchtverversing
1. Op de arbeidsplaats is voldoende niet verontreinigde lucht aanwezig. …”

Arboregeling

De Arboregeling werkt sommige onderdelen van het Arbobesluit in detail uit. Bijvoorbeeld:
“Artikel 5.2 Inrichting van de beeldschermwerkplek
De omgeving waarin het beeldschermwerk wordt verricht en de inrichting van de beeldschermwerkplek voldoen in ieder geval aan de volgende voorschriften: ….
e. het geluid dat de apparatuur voortbrengt veroorzaakt geen verstoring van de aandacht en het gesproken woord;
f. de apparatuur brengt geen voor de werknemers hinderlijke warmte voort;
g. de vochtigheidsgraad is steeds toereikend.”

Arbobeleidsregels

De Arbobeleidsregels bevatten geen bindende voorschriften, maar geven wel aan hoe u het minimale beschermingsniveau kan bereiken. De Arbobeleidsregels bieden de Arbeidsinspectie een houvast bij de handhaving. Vandaar de omgekeerde bewijslast. U mag voor een afwijkende oplossing kiezen. U moet dan wel aantonen dat de door u genomen maatregel minimaal eenzelfde niveau van bescherming biedt als de maatregel genoemd in de Arbobeleidsregel.
“Beleidsregel 6.2 Luchtverversing
Grondslag: Arbobesluit artikel 6.2, eerste lid.
1. Voor kantoorruimten geldt een minimale luchtverversing van 30 m3 /uur per persoon, en voor lesruimten in het basisonderwijs, overeenkomstig NEN 1089:1986 "Ventilatie van schoolgebouwen. Eisen", een minimale luchtverversing van 20 m3 /uur per persoon.
2. Voor overige ruimten waarin lichte arbeid wordt verricht geldt een minimale luchtverversing van 25 m3 /uur per persoon.”

NB. De Arbobeleidsregels zullen uiterlijk per 1 januari 2010 vervallen. Werkgevers en werknemers hebben in de Arbowet van 1 januari 2007 meer vrijheid gekregen om zelf te bepalen met welke middelen zij de doelstellingen van de Arbowet willen bereiken. Deze afspraken leggen de sociale partners vast in een zogenaamde Arbocatalogus. De Arbeidsinspectie zal bij handhaving de Arbocatalogus als referentiepunt hanteren. Feitelijk vervangt de Arbocatalogus dan de Arbobeleidsregels.