X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
Arbo-VO image

Wet WIA

De Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen(WIA) regelt de inkomensbescherming van volledig en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Daarnaast omvat zij bepalingen gericht op de activering van gedeeltelijk arbeidsongeschikten. De WIA geldt voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Voor alle ziektegevallen voor deze datum geldt de WAO.

De WIA kent twee soorten uitkeringen:

  1. De regeling inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, de IVA
  2. De regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, de WGA

IVA

De IVA waarborgt de inkomensvoorziening van de werknemer die volledig en duurzaam ongeschikt is. Dit is het geval als de werknemer niet meer dan 20% van het laatstverdiende loon kan verdienen en er geen of slechts een geringe kans is op herstel. UWV onderzoekt de groep met een geringe kans op herstel gedurende vijf jaar jaarlijks om te beoordelen of dit herstel inderdaad is opgetreden.

De hoogte van de IVA is 75% van het laatstverdiende (gemaximeerde) loon. De uitkering loopt in beginsel tot de werknemer 65 jaar wordt. Is de werknemer niet meer volledig en/of duurzaam arbeidsongeschikt, dan eindigt de IVA.

WGA

De werknemer die een loonverlies heeft van tenminste 35, maar minder dan 80% is gedeeltelijk arbeids(on)geschikt. De WGA waarborgt het inkomen van gedeeltelijk of volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikten. Daarnaast stimuleert deze regeling de re-integratie van de gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer. (Meer) werken is altijd financieel lonend.

  • Loongerelateerde uitkering
    Werkt de betrokkene, dan krijgt hij bovenop het loon een uitkering die 70% is van het bedrag dat hij minder verdient in vergelijking met het laatstverdiende (gemaximeerde) loon. Werkt de betrokkene niet, dan krijgt hij eerst een loongerelateerde uitkering van 70% van het laatstverdiende (gemaximeerde) loon. De loongerelateerde uitkering duurt minimaal een half jaar en maximaal vijf jaar. Dit hangt af van de leeftijd van de werknemer op de dag dat de uitkering ingaat.
    Vanaf 1 januari 2008 wordt de duur van de loongerelateerde uitkering afhankelijk van het arbeidsverleden. De minimumduur is 3 maanden. De duur wordt verlengd met één maand voor ieder volledig kalenderjaar dat het arbeidsverleden de duur van 3 kalenderjaren overstijgt. De maximumduur is 38 maanden.
  • Vervolguitkering en loonaanvulling
    Na afloop van de loongerelateerde WGA heeft de werknemer recht op een WGA-vervolguitkering. Werkt de betrokkene niet, of minder dan 50% van de verdiencapaciteit, dan krijgt hij een uitkering die een bepaalt percentage bedraagt van het minimumloon. Dit percentage is afhankelijk van de arbeidsongeschiktheidsklasse.
    Bij voldoende werken (tenminste 50% van het verdienvermogen benutten) heeft de werknemer recht op een WGA-loonaanvulling.
  • Loonverlies minder dan 35%
    De werknemer met minder dan 35% loonverlies blijft in beginsel in dienst van de werkgever. Werkgever en werknemer moeten er alles aan doen om de werknemer aan het werk te houden. Lukt dat niet dan heeft de werknemer eventueel recht op WW of bijstand.

Lees meer over het thema:

Sociale Zekerheid