Verzuimcijfers 2010
De verzuimpercentages in het voortgezet onderwijs (vo) zijn in 2010 gedaald. Dit geldt voor zowel het onderwijzend personeel (OP) als ook voor het onderwijsondersteunend personeel (OOP) met een daling van 5,1% respectievelijk 5,8% in 2009 naar 4,9% respectievelijk 5,4% in 2010. Echter de daling van de verzuimcijfers kan niet zonder meer worden toegeschreven aan een afname van het verzuim in het vo. De reden hiervan is dat de gebruikte formatie- en verlofgegevens van Raet ECS (voorheen CASO) over 2010, afwijken van de gegevens in de jaren daarvoor.
Uitvoering verzuimonderzoek
Het jaarlijkse verzuimonderzoek over 2010 is - in opdracht van de VO-raad - uitgevoerd door Regioplan, i.s.m. DUO (voorheen Cfi). Bij de berekening van de verzuimkengetallen is, net als voorgaande jaren, aangesloten bij de ‘Standaard voor verzuimregistratie’ die in 1996 door de Projectgroep Uniformering Verzuimgrootheden is opgesteld. De verzuimkengetallen over 2010 zijn samengesteld op basis van de bronbestanden van Raet ECS (voorheen CASO), Merces, Raet en Magma IT; deze laatste is dit jaar voor het eerst meegenomen in de berekening. Tezamen hebben deze salarisverwerkers een dekkingspercentage van 91% van alle brinnummers in het VO.
Verschil met voorgaande jaren
Arbo-VO streeft ernaar jaarlijks zo nauwkeurig mogelijke verzuimcijfers te berekenen. Daarvoor is het onder andere van belang dat scholen hun verzuim zorgvuldig en volledig registreren in hun salarissystemen én dat de bestanden door de salarisverwerkers op een uniforme wijze worden aangeleverd aan het onderzoeksbureau. Voor de aanlevering van de bestanden stelt het ministerie van OCW een Programma van Eisen op. De bronbestanden van een van de grootste salarisverwerkers in het voortgezet onderwijs, nl. Raet ECS (voorheen CASO), zijn dit jaar – naar aanleiding van de verplichtstelling in 1 januari jl. - door DUO voor het eerst verwerkt volgens het nu geldende Programma van Eisen. Daardoor wijken de bestanden van Raet ECS op twee punten af van voorgaande jaren:
- Over 2010 bevatten de door DUO verwerkte bestanden van Raet ECS géén gegevens meer over de subdienstverbanden (bv. iemand geeft meerdere vakken en/of werkt op verschillende salarisniveaus); de bestanden bevatten nu – evenals die van de overige salarisverwerkers - alleen nog maar gegevens op dienstverbandniveau. Voor de Raet ECS gegevens betekent dit dat de subdienstverbanden zijn samengevoegd tot één dienstverband per bestuur. Bovendien zijn de gegevens nu aangeleverd per peilmaand i.p.v. het tot nu toe gebruikelijke jaarbestand. Het is niet bekend of bij de aggregatie op dienstverbandniveau en bij de optelling tot een jaarbestand, afwijkingen t.o.v. voorgaande jaren zijn opgetreden.
- De tweede afwijking van het databestand t.o.v. voorgaande jaren, betreft de verwerking van de mutaties. Veel scholen en administratiekantoren muteren hun verzuimgegevens in het eerste kwartaal van het nieuwe jaar (met terugwerkende kracht). Om de gecorrigeerde bestanden te kunnen gebruiken bij de berekening van de verzuimgetallen, worden de bestanden in maart aangeleverd. Echter een kwart van de besturen (met in totaal 136 scholen) heeft na 2010 een andere salarisverwerker dan Raet ECS gekozen; dit betekent dat van een kwart van de besturen, géén mutaties zijn verwerkt in het databestand van Raet ECS. Voorgaande jaren werden deze (slechts enkele) vertrekkende besturen niet meegenomen in de berekening van de verzuimgetallen. Voor 2010 is er echter voor gekozen om de vertrekkende besturen wél mee te nemen in de berekening omdat er anders een te substantieel gedeelte van de populatie gemist zou worden om nog representatief te zijn voor de sector.
Betekenis voor de interpretatie
Om een inschatting te kunnen maken wat deze veranderde opbouw van het Raet ECS bestand betekent voor de interpretatie van de totale verzuimcijfers, heeft er een nadere analyse plaatsgevonden. Per salarisverwerker zijn de verzuimgetallen van 2009 vergeleken met die van 2010. Uit deze analyse blijkt dat de daling van het verzuim bij andere salarisverwerkers weliswaar ook zichtbaar is, maar dat deze bij het bestand van Raet ECS veel groter is. Dit doet vermoeden dat de andere opbouw van het Raet ECS bestand een onderschatting van de sectorale verzuimkengetallen tot gevolg heeft. Een vergelijking van de verzuimkengetallen 2010 met voorgaande jaren wordt daardoor bemoeilijkt.
Verzuimcijfers 2010
Berekening van de verzuimkengetallen
Bij de interpretatie van de data is het belangrijk om te weten hoe de verschillende kengetallen worden berekend. Voor deze berekening wordt de ‘Standaard voor verzuimregistratie’ gevolgd. Voor een uitgebreide uitleg over de berekeningsmethodiek en de formules, zie de ‘definities en berekeningen’.
In onderstaande figuur wordt kort uitgelegd welke delen van het verzuim meetellen voor de berekening van de verschillende kengetallen. Daarbij stelt iedere letter (A t/m D) personen voor en ieder balkje het begin en eind van het verzuim van die persoon. De vakken geven de tijd in jaren weer.
- Het ziekteverzuimpercentage (ZVP) geeft aan welk deel van de arbeidscapaciteit in de verslagperiode (in dit geval 2010) verloren is gegaan wegens ziekteverzuim. Voor de berekening van het ZVP 2010, worden alle verzuimdagen in 2010 meegeteld. In bovenstaand voorbeeld betreffen dit dus alleen de rode delen van het ziekteverzuim van persoon A t/m D.
- De ziekmeldingsfrequentie (ZMF) betreft het gemiddeld aantal ziekteverzuimmeldingen per werknemer in een bepaalde periode. Voor de berekening van de ZMF 2010, worden alleen die gevallen geteld waarvan het ziekteverzuim is gestart in 2010. In bovenstaand voorbeeld betreffen dat dus persoon B en C..
- De gemiddelde ziekteverzuimduur (GZVD) geeft de gemiddelde duur van de ziekte weer en is alleen te interpreteren in combinatie met het ZVP en de ZMF. Voor de berekening van de GZVD 2010, worden alle ziekteverzuimdagen geteld van die personen waarvan het ziekteverzuim is beëindigd in 2010. In bovenstaand voorbeeld zijn dit dus de ziekteverzuimperiodes (zwarte én rode delen) van persoon A en B. Bij de berekening van deze maat worden deeltijders meegeteld als fulltimers.
- Nulverzuim (NV) is het percentage medewerkers dat zich niet ziek heeft gemeld in 2010. Voor de berekening van het NV 2010, worden de werknemers zonder ziekteverzuim in 2009, gedeeld door het totaal aantal werknemers in 2010.
De hierboven beschreven verzuimmaten hoeven niet evenredig met elkaar samen te hangen. De maten worden namelijk allemaal over deels verschillende gevallen gemeten. Zo blijkt de berekeningswijze van de gemiddelde ziekteverzuimduur (GZVD) bijvoorbeeld een ‘na-ijleffect’ te kennen; zeker bij langdurig verzuim. Een hoge GZVD kan theoretisch worden veroorzaakt doordat er veel (langdurig) verzuimgevallen worden afgesloten in dat jaar, zonder dat dit gepaard gaat met een hoog ziekteverzuimpercentage in dat jaar zelf.
Conclusies
Verzuimbenchmark
Omdat de schoolsamenstelling invloed heeft op de ziekteverzuimkengetallen, is het moeilijk om de eigen prestaties te interpreteren ten opzichte van ‘het sectorgemiddelde’. Beter is het om de eigen schoolcijfers af te zetten tegen een vergelijkbare referentiegroep die – qua kenmerken – overeenkomt met de eigen school. In de Verzuimbenchmark VO is een dergelijke vergelijking mogelijk. Hierdoor zijn de eigen prestaties objectiever te beoordelen. Via een grafiek en een analyse van de specifieke situatie, worden gerichte adviezen gegeven. Ook berekent de verzuimbenchmark VO een indicatie van de verzuimkosten.
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs