X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
Arbo-VO image

Evaluatie project ‘Werken aan werkvermogen’

19 mei 2008

Langer doorwerken is ook in het voortgezet onderwijs een van de oplossingen om de gevolgen van de vergrijzing en ontgroening op te vangen. Daarbij is het van belang om de balans tussen belasting en belastbaarheid in elke levensfase goed op elkaar af te stemmen. Om schoolorganisaties in het VO te ondersteunen bij het ‘monitoren’ van het werkvermogen van hun medewerkers, is Arbo-VO in 2007 gestart met het project ‘Werken aan werkvermogen’. Het project biedt scholen de mogelijkheid om het werkvermogen van hun medewerkers te laten meten en – indien noodzakelijk - preventieve maatregelen aan te bieden om uitval te voorkomen. Inmiddels zijn ongeveer 4000 medewerkers van scholen in het voortgezet onderwijs uitgenodigd om de vragenlijst ‘Index Werkvermogen’ in te vullen. Arbo-VO heeft onderzoeksbureau Astri gevraagd te onderzoeken op welke wijze het project kan worden verbeterd.

Om het werkvermogen te kunnen meten, wordt gebruik gemaakt van de ‘Index Werkvermogen’. Dit is een vertaling van de ‘Work ability index’ (WAI) die in de jaren tachtig van de vorige eeuw is ontwikkeld door het Finish Institute of Occupational Health (FIOH). Dit instrument wordt inmiddels in vele landen en in vele sectoren gebruikt. Voor het project ‘Werken aan werkvermogen’ is deze vragenlijst uitgebreid met de Index Werkbeleving. In deze korte vragenlijst worden vragen gesteld over werkdruk, werkverhoudingen en werktevredenheid. De resultaten van de vragenlijst worden alleen met de medewerker gecommuniceerd zodat de privacy te allen tijde is gewaarborgd. Medewerkers die ongunstig scoren, wordt de mogelijkheid aangeboden voor een persoonlijk ‘werkbelevingsgesprek’ met een adviseur. Hierin wordt een (vrijblijvend) persoonlijk advies gegeven voor verbetering van het werkvermogen. De school ontvangt alleen een anonieme groepsrapportage over de totale resultaten.

Doel van de evaluatie is om te zien welke lessen we kunnen leren van dit project en in hoeverre deze lessen aanleiding kunnen zijn voor bijstelling en verdere beleidsontwikkeling. Scholen die nog starten met het project zullen daar profijt van hebben.
Arbo-VO zal de scholen die al aan het project hebben deelgenomen benaderen voor het evaluatie-onderzoek. AStri zal – bij akkoord van de school - vervolgens een enquête uitzetten onder alle medewerkers die zijn aangeschreven voor deelname aan de pilot en interviews afnemen met vertegenwoordigers van de betrokken scholen en voornaamste sleutelpersonen uit de betrokken projectorganisaties. Tevens zal het gebruikte instrumentarium worden geëvalueerd. Eind september zal het eindrapport worden opgeleverd waarin ook aanbevelingen worden gedaan voor verbetering van de uitvoering van het project.