X
Het arboservicecentrum voor het voortgezet onderwijs
Arbo-VO image

Studiereis Finland

30 november 2009

Van het ‘workabilityhuis’ naar change management

Arbo-VO organiseerde van 22 tot en met 25 november een studiereis naar Helsinki in Finland. Het doel van de reis was om de kennis rond inzetbaarheid en werkvermogen (Workability) in het VO te vergroten.

Finland is een land dat - gedwongen door de vroege vergrijzingsgolf – interessante ontwikkelingen heeft doorgemaakt en maatregelen heeft getroffen op het terrein van langere inzetbaarheid en levensfasebewust personeelsbeleid. Finland is ook de bakermat van de Workabilityindex (WAI); een instrument om werkvermogen te meten. Samen met een aantal scholen waar Arbo-VO in 2009 de WAI heeft geïntroduceerd, wordt in Finland onderzocht wat de verschillen zijn tussen de Finse en de Nederlandse onderwijssituatie en wat we van elkaar kunnen leren.

Fins onderwijssysteem

Op zondagmorgen vertrokken 18 vertegenwoordigers uit het voortgezet onderwijs naar Helsinki. Het reisgezelschap bestond voornamelijk uit hoofden P&O. Daarnaast waren er ook beleidsadviseurs vertegenwoordigd van de VO-raad en het ministerie van OC&W en namen ook de vakbondsonderhandelaar van CMHF en een bestuurslid van de VO-raad deel. Het programma startte op zondagavond officieel met een informatiebijeenkomst waarin de onderwijsstructuur en de uitkerings- en verlofregelingen aan bod kwamen. Zo werd een algemeen beeld geschetst over het Finse onderwijssysteem.

Local Change Model

De tweede dag werd een bezoek gebracht aan de Occupational Health Service (OHS). De arbodienst van de stad Helsinki, waar ook de VO-scholen onder vallen. In vergelijking met Nederland heeft het Finse onderwijs veel kleine scholen (gemiddelde grote 400 leerlingen). Deze scholen hebben één overkoepelende arbo/gezondheidsdienst: de OHS. Bij de OHS moeten werknemers een ziekteverklaring halen en kunnen ze hun problemen bespreken met artsen, psychologen, verpleegkundigen en psychotherapeuten. Omdat de arbodienst multidisciplinair is opgezet en dicht bij de organisatie staat, weet zij veel te bereiken om werknemers langer actief aan het werk te houden. Werknemers maken dan ook massaal gebruik van de diensten, hetgeen de laatste tijd zelfs tot capaciteitsproblemen leidt. Verder werd kort ingegaan op hoe de OHS werkvermogen en werktevredenheid van werknemers vergroot met het Local Change Model.

Grote rol werknemer

Dit model werd de volgende ochtend verder uitgediept door onderzoekers van het Finnish Institute of Occupational Health (FIOH). Het Local Change Model wordt in zogenaamde Change Workshops gebruikt en is een alternatieve aanpak voor het bevorderen van gezondheid en welzijn. Het model gaat ervan uit dat er in het onderwijs (steeds meer) veranderingen zijn en dat de wijze waarop met deze veranderingen wordt omgegaan cruciaal is voor het werkvermogen van leraren. In de workshops vormen de individuele ervaringen van werknemers het vertrekpunt. De werksituatie wordt door middel van ervaringsverhalen in kaart gebracht. Onderzoekers van FIOH bestuderen deze verhalen en gaan in vervolgsessies samen met de leraren aan de slag om het kernprobleem en vervolgens oplossingen te formuleren. ’s Middags werd een bezoek gebracht aan Valtiokontori: de pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekeraar van leraren. Hier werd ingezoomd op projecten rond gezondheidsbevordering en re-integratie bij onderwijspersoneel in Finland.

Het workabilityhuis

Op woensdagochtend werd een bezoek gebracht aan dé vakbond voor leraren in Finland. Hier werd met de vertegenwoordiger van de vakbond gesproken over de wetten die voor agemanagement zijn opgesteld. De vice-voorzitter van de werkgeversorganisatie sprak over de verschillende projecten om de motivatie om langer door te werken te promoten, zoals het project ‘cyber-harrassment’ (pesten via PC) en ‘pioneers of the work’, een project om met stress om te gaan.

De uitsmijter van de studiereis was het bezoek aan professor Ilmarinen en doctor Hussi (WAI-experts). Hier werden alle in's en out's van agemanagement besproken. De kern van het concept is gericht op het werkvermogen van individuele werknemers. Professor Ilmarinen illustreerde het begrip werkvermogen aan de hand van een workabilityhuis met vier verdiepingen. De drie benedenetages zijn de gezondheid, de competenties en waarden en de attitude van de werknemer. De vierde etage is de organisatie en het werk: bijvoorbeeld leiderschap en cultuur. Onderzoek van Ilmarinen toont aan dat leidinggevenden de grootste invloed hebben op het werkvermogen in de school. Hij gaf daarbij vier cruciale kenmerken waarover goede leidinggevenden moeten beschikken om het werkvermogen bij werknemers in de school te verhogen. Deze vier kenmerken zijn: veranderen van de houding ten opzichte van veroudering, bevorderen van samenwerking tussen de generaties, het vinden van individuele oplossingen (en het gesprek hierover aangaan) en communiceren met de generaties.

Dialoog aangaan

Om het werkvermogen te meten is bij het FIOH de WAI ontwikkeld. De korte vragenlijst is een aanleiding om op regelmatige basis de dialoog aan te gaan tussen werknemer en leidinggevende. Het instrument is dus maar een onderdeel van een totaalbeleid. Het gaat juist om de inbedding van het instrument in de organisatie. Belangrijk is dat niet alleen de werknemer moet veranderen, maar dat ook de organisatie, de werkomgeving onder de loep wordt genomen. Daarbij kunnen de Change Workshops goed gebruikt worden. Na deze conclusie was de cirkel rond en was het tijd om terug te keren naar Nederland.

Eind januari wordt de reis geëvalueerd. Duidelijk is dat de modellen die in Finland gebruikt worden, niet een op een te kopiëren zijn omdat er tussen Nederland en Finland overeenkomsten zijn, maar ook veel verschillen. Ook worden de mogelijkheden bekeken om vervolg te geven aan inzetbaarheid en werkvermogen (Workability) in het VO.

Meer informatie

Het kabinet heeft als doelstelling om arbeidsparticipatie van ouderen verder te stimuleren. Daarom is het van belang zicht te hebben op de mogelijkheden van arbeidsorganisaties om werknemers langer voor het arbeidsproces te behouden. De rapportage 'Langer doorwerken met beleid' bevat een selectie van goede voorbeelden van organisaties met beleid om langer doorwerken te stimuleren.

Wat is er nog meer verschenen over het thema:

Van werkdruk naar werkplezier
Leeftijdsbewust personeelsbeleid
Psychosociale arbeidsbelasting